De transitie naar slimme mobiliteit versnellen: sturen op heldere doelen

29-03-2018 0 reacties

Smart mobility 'experimenten' leiden tot veel enthousiasme en vormen mogelijke oplossingen voor uitdagingen op het gebied van veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Maar, daarmee zijn we er nog niet!

Want, wat houdt smart mobility dan precies in en om wat voor een soort oplossingen gaat het? Zijn er overeenkomsten en is er synergie tussen verschillende experimenten? Bouwen ze op elkaar voort zodat ook structurele systeemveranderingen plaats kunnen vinden? En, kan je hierin sturen? Tanja Manders promoveert aan de TU Eindhoven en doet onderzoek naar de transitie van (auto)mobiliteit.

Eind 2015 is Tanja Manders begonnen met een promotie-onderzoek naar de potentie van smart mobility experimenten voor grootschalige mobiliteitsuitdagingen. Dit onderzoek is onderdeel van een breder onderzoeksprogramma, een samenwerking tussen de Technische Universiteit Eindhoven en Rijkswaterstaat / het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Het programma richt zich op de mogelijke transitie van (auto)mobiliteit naar smart mobility en kijkt hierbij onder andere naar de rol van gebruikers, governance structuren, en het innovatieproces. Het innovatieproces vormt het onderzoeksgebied van Tanja en zij kijkt daarbij specifiek naar experimenten.

Stap voor stap
Om antwoord te vinden op de vragen in de inleiding bij dit artikel is Tanja in de smart mobility initiatieven gedoken.  “Stap 1 ging erom meer grip te krijgen op het concept ‘smart mobility’. Stap 2 ging over het ontstaan van experimenten, wie initieert deze, wie is er bij betrokken, en wat voor een beloftes worden genoemd. Stap 3 en 4 van mijn onderzoek gaan over het begrijpen van verdere opschaling van de niches.” Ze trekt daarin op met Connecting Mobility, die midden in het werkveld en de ontwikkelingen staat.

De weg vrij maken

Tanja: “Ik kijk vanuit de transitietheorie naar de opschaling van smart mobility projecten en diensten. Het gaat dan nadrukkelijk om het grotere geheel, de transitie van een mobiliteitssysteem.” Een transitie, ook wel systeeminnovatie genoemd, gaat over een fundamentele verandering in de manier waarop een maatschappelijke behoefte, zoals mobiliteit of energie, wordt voorzien.  “Wat daarin belangrijk is, is dat mensen en projecten samenkomen. De community en de verbinding is dus een belangrijke succesfactor voor opschaling. Maar hoe stimuleer je dat? Een voorbeeld daarvan is de European Truck Platooning Challenge uit 2016. Dit initiatief is gebruikt om meer inizicht te krijgen in mogelijke belemmeringen voor coöperatief en automatisch rijden in de logistiek. Problemen en uitdagingen die in de challenge aan bod kwamen zijn gebruikt om terug te geven aan de community. Zodat iedereen ervan kan profiteren.”

Mix van partijen
Tanja benadrukt ook het belang om ervoor te zorgen dat je in je community of experiment een gevarieerde mix van partijen hebt zitten. “Dus uit alle onderdelen van de triple helix  (overheid, markt, kennis), en zowel nieuwe partijen en startups, als de gevestigde orde partijen.” Die partijen betrek je in verschillende fases van het project. “ Bij het experiment met zelfrijdende Pods waren bijvoorbeeld eerst technici en experts betrokken en de provincie. De focus lag op de vraag ‘Werkt het?’ In een volgende fase kreeg de techniek een functie en daarmee ook logische nieuwe partners.”

Ontstaan van communities

Tanja analyseerde 118 experimenten en zag hierin twee niches ontstaan, die opvallend goed overeenkomen met de nieuwe agenda voor slimme en (duurzame) mobiliteit: connected and automated driving (CAD) en nieuwe mobiliteitsconcepten (Mobility as a Service, MaaS). Tanja schetst de communities rond beide ontwikkelingen:  “De community rond MaaS kent veel nieuwkomers en is daarmee ook radicaler, dat zie je terug . Dat geldt ook voor de verbinding: die zie je in mindere mate als vanzelf ontstaan, dan bijvoorbeeld in de CAD community. Daar is veel verbinding, maar de proeven en pilots zijn ook minder radicaal.” In een paper gaat Tanja dieper in op de verschillen en overeenkomsten tussen deze niches in termen van betrokken partijen en beloftes, en probeert zij vanuit die analyse iets te zeggen over de potentie van de niches om grotere veranderingen teweeg te brengen.

Heldere ambitie

Ook constateert Tanja dat er in de CAD ontwikkeling, geen echt duidelijke lange termijn ambitie te vinden is. “De beloftes en verwachtingen die voor smart mobility worden uitgesproken zijn vooral technologisch gedreven en lijken vooral te leiden tot oplossingen die zich met name focussen op het oplossen van de meer behapbaardere, kortere termijn opgaven, zoals files en verkeersveiligheid. Het lijkt misschien raar dat ik hier spreek van ‘slechts’ korte-termijn oplossingen, want dit zijn natuurlijk belangrijke zaken om aan te pakken. Echter, mijn uitgangspunt is een transitie, een radicale verandering in de manier waarbij wij in onze mobiliteitsbehoefte voorzien, waarbij we ook rekening houden met bredere contextuele ontwikkelingen, zoals klimaatverandering of demografische trends. Daarvoor is het belangrijk om bepaalde doelen voor ogen te hebben, ‘waar doen we het uiteindelijk voor? Hoe willen wij ons voortbewegen in 2050? Hoe willen we leven? Wat vinden we belangrijk? Hoe zien onze steden eruit? Ze benadrukt dat ze niet wil zeggen dat oplossingen voor korte termijn opgaven niet nodig zijn, of niet uiteindelijk tot radicale veranderingen kunnen leiden, mits er richting aan gegeven wordt en de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd.

Ze vervolgt: “Vaak wordt vanuit de oplossing geredeneerd. Bijvoorbeeld:  Experiment zus levert zoveel op voor de verkeersveiligheid. Als je andersom redeneert krijg je meer zoiets als: Is slim verkeersmanagement de oplossing voor de bereikbare stad? Of moet je alleen OV in de stad toelaten? Dus veel meer sturen op inzicht krijgen in: doen we de juiste dingen, in plaats van alleen de dingen juist doen.”

Een heldere ambitie helpt ook om keuzes te maken op nationaal niveau. Door de vraag te stellen wat vinden we belangrijk voor Nederland? Wat willen we bereiken? Als dat helder gesteld wordt, kan de markt worden gevraagd hoe zij dit kunnen realiseren. Kortom: meer sturen op doelen en randvoorwaarden in plaats van kiezen voor technische oplossingen. De technische oplossingen moeten we volgens Tanja vooral aan de markt overlaten.

[Red. Eerder verscheen in de nieuwsbrief Smart Mobility Stories een inspirerend voorbeeld van deze aanpak van de stad Kopenhagen]

Leren en falen?

“Ik zie dat er heel veel wordt geleerd in heel veel proeven, maar leren we ook van alle projecten?

De neiging is toch vaak om nieuw en anders te willen zijn. Dat helpt niet altijd. Bestaande kennis kan, of moet, een volgend project structureren. Daarvoor is het essentieel dat de kennis en lessen die we opdoen terugvloeien naar de community.”

Wat daarbij kan helpen is het betrekken van dezelfde partijen. Maar ook netwerkorganisaties spelen volgens Tanja een belangrijke rol. “Mijn advies aan projectleiders is om in de beginfase tijd te nemen om te luisteren naar belangrijke kennisdragers en hen niet te zien als een ‘extra’ man of vrouw aan de projecttafel.”

En dan is daar ook altijd de kwestie ‘Mogen projecten falen’? Stel dat het net in jouw stad is, of dat jij als startup betrokken bent?

Consolidatie
Tanja noemt het belang van matchmaking tussen oplossing en vraagstuk: een plek waar projecten worden gedefinieerd en waar opdrachtgevers en uitvoerders gematched worden. Zij constateert ook dat er nog te weinig incentives zijn om voort te bouwen op al eerder verkregen kennis. Dat kan ook anders. Tanja: “De Praktijkproef Amsterdam heeft bijvoorbeeld een gefaseerde aanpak waarbij resultaten en lessen uit een eerdere fase gebruikt worden in een volgende fase”. Zowel matchmaking als de gefaseerde aanpak zou je mee kunnen nemen in de opzet van experimenten.

Inbedding

En tot slot nog een hele belangrijke les: “Vanuit de transitietheorie is inbedding in bestaande organisaties van cruciaal belang voor de uitrol van nieuwe technieken en werkwijzen. Deze moeten niet ‘naast’ de bestaande werkwijzen gaan bestaan, maar op den duur moet de bestaande organisatie dingen ook echt anders gaan doen. Organisaties dienen dus innovaties niet te snel af te schieten ‘omdat het niet past binnen de huidige manier van werken’, en moeten zich naast het experimenteren met innovaties ook richten op het creëren van ruimte voor veranderingen.

 

Dit artikel is onderdeel van Smart Mobility Stories #11. Smart Mobility Stories is een gezamenlijke nieuwsbrief van AutomotiveNL, Connecting Mobility, DITCM Innovations, De Innovatiecentrale, SmartwayZ.NL en Rijkswaterstaat. Schrijf je in en ontvang Smart Mobility Stories zo’n 8 keer per jaar in je mail.

 

0  reacties

Velden met een * zijn verplicht.

 
 

 

Neem contact op:

088 798 26 31
info@connectingmobility.nl 

Bezoekadres:

Griffioenlaan 2
3526 LA Utrecht

Postadres:

Postbus 2232
3500 GE Utrecht

Volg ons op:

Twitter
LinkedIn